Kid Dynamite

Kid Dynamite 10Lodewijk Rudolf Arthur Parisius, die later bekend zou worden als Kid Dynamite, werd op 23 juli 1911 geboren in het Surinaamse dorp Hannover en overleed op 14 december 1963 aan de gevolgen van een auto-ongeluk in het plaatsje Buchholz, vlakbij Hamburg in Duitsland. In Rotterdam is een straatnaam naar hem genoemd maar misschien speelde Amsterdam in het leven van Kid Dynamite wel een veel grotere rol.

Na de opkomst van jazz in Amerika in de jaren twintig exporteerden Amerikaanse jazzmusici als Louis Armstrong en Duke Ellington de ‘volksmuziek van de Noord-Amerikaanse neger’ naar Europa en ontstonden er begin jaren dertig op het Europese continent allerlei jazzclubs.
In die periode kwamen veel Surinamers naar Nederland. Zo zette Parisius op 17 jarige leeftijd in 1928 in Amsterdam voor het eerst voet op Nederlandse bodem als verstekeling van het KNSM- schip De Cottica. Er heerste een depressie met hoge werkeloosheid. Om te overleven nam Parisius elk baantje aan dat hij kon krijgen, tot hij er samen met andere Afro-Surinamers achter kwam dat zijn donkere huidsleur hem best goed van pas kwam. Wie van hen enigszins muzikaal was aangelegd kon gemakkelijk aan de slag als zingende en tapdansende kelner in de horeca. Of spelen in een jazzorkest, maar dan meestal niet als pianist. Suriname had geen pianotraditie omdat een piano te kostbaar en niet tropenbestendig was.

In 1931 verschijnt in de Franeker Courant volgens de overlevering de eerste melding van Arthur Parisius als artiest. Hij wordt in de krant aangeduid als lid van een sensationeel ‘neger-duo’, begeleid door banjo-speler ‘T.G. Kansoon’, wat een verbasterde naam was van de eveneens uit Suriname afkomstige Theodorus Kantoor.
Kid Dynamite 17

Het uitgaanspubliek was echter nauwelijks geïnteresseerd in ‘Theodorus Kantoor uit de Nederlandse kolonie Suriname’. Zodoende bedachten Surinaamse musici Amerikaans aandoende artiestennamen voor zichzelf. Zo werd Theodorus Kantoor Teddy Cotton. Dat bleek een slimme zet, want voor de tapdansende showman Teddy Cotton stond men ineens in de rij. En Parisius werd Kid Dynamite. ‘Kid’ was in Amerikaanse muziek- en sportkringen een veel voorkomende koosnaam in die tijd. ‘Dynamite’ zou verband houden met een eerdere werkervaring van Parisius als ‘Dynamite’ de vuurvreter in het niet-muzikale variété.
De politieke situatie in Europa veranderde toen Hitler de macht kwam in Duitsland. Al snel werden joodse en zwarte artiesten niet meer toegelaten. In Zwitserland wel. Kid toerde in 1936 door Zwitserland als altsaxofonist in de band van de Surinaamse gitarist Mike Hidalgo. Van Kid’s later geroemde ‘explosieve’ tenorspel was toen nog geen sprake want in de band van Hildago speelde de Nederlander Piet van Dijk tenorsax. Waarschijnlijk heeft Van Dijk, die later zou uitgroeien tot een van de beste tenorsaxofonisten van Nederland, Kid geïnspireerd of hem ertoe aangezet om ook tenorsax te gaan spelen.

Als Kid in het najaar van 1936 weer in Nederland is speelt hij met Teddy Cotton in de net opgerichte Kit Kat Club in de Wagenstraat in Amsterdam. Korte tijd later speelt hij met zijn eigen band in de Shim Sham ‘Negerclub’ in de Nieuwstraat in Den Haag, gevolgd door optredens in een kwartet met Lou Hidalgo, Freddy Johnson en Arthur Pay in ‘Negro Palace’ aan het Thorbeckeplein in Amsterdam.

Amerikaanse jazzgiganten Benny Carter en Coleman Hawkins, die in die tijd eveneens in ‘Negro Palace’ optraden, zagen Kid spelen en spraken lovende woorden over hem.
Carter: “I like that guy, and what’s more, I like his way of playing too, he’s getting better everyday’ . Kid zelf was nogal gesloten en op zichzelf. Dat maakte het lastig voor journalisten om hem uitspraken te ontlokken wat in feite een ideale basis was om legendarisch te worden, al heeft Kid zich dat waarschijnlijk niet gerealiseerd. Coleman Hawkins werd een van Kids eerste inspiratiebronnen.

Met de Amerikaanse jazzpianist Freddy Johnson doet Kid in februari 1937 een optreden in het Concertgebouw van Haarlem, en later in dat jaar treedt Kid op met Teddy Cotton in jazzcafé annex ‘Negroclub’ Mephisto aan de Binnenweg in Rotterdam. Twee weken na de concertserie in Mephisto trouwt Kid met een 16-jarige Rotterdamse. Het huwelijk zou 5 jaar stand houden en bleef kinderloos.

Kid Dynamite 12

In die periode wordt het steeds moeilijker om als gekleurde artiest in Amsterdam op te treden. Dit leidt ertoe dat Kid op 1 november 1938 bij de Koningin een schriftelijk verzoek indient om als musicus in de hoofdstad te mogen spelen. Maar het koningshuis, de burgemeester en de politietop van Amsterdam vormen één front tegen ‘het zwarte gevaar dat de eerbaarheid van blanke meisjes in gevaar zou brengen’.

In Den Haag en Rotterdam kan een ‘zwarte artiest’ nog wel werk vinden. Kid komt in contact met Lou van Rees, een jonge orkestleider van The Collegians uit Den Haag, en sluit zich daarbij aan. De samenwerking met The Collegians resulteert in twee plaatopnamen voor het Haagse label C.T.B.: ‘New Street Swing’ geschreven door Jack Bulterman en ‘Nightfall’, een compositie van jazzlegende Benny Carter.

Ondertussen werkte Kid ook met zijn eigen combo waarmee hij van november 1939 tot en met maart 1940 optrad in Negro Palace Casanova in de Westewagestraat in Rotterdam als vervanger van de band van Max Woiski. Kid speelt klarinet en tenorsax. Op 14 mei 1940, als de Duitsers Rotterdam bombarderen, sneuvelt Casanova. Kid woont dan inmiddels in Den Haag.

Als de Verenigde Staten na de aanval op Pearl Harbor in 1941 betrokken raken bij de oorlog, wordt Amerikaanse muziek en dus ook jazz door de Duitsers verboden. Engelse titels en namen waren verboden en joodse muzikanten mochten niet meer spelen. Jazz werd verboden en werd aangeduid ‘Negermuziek’, een genre dat als slecht en verdorven te boek stond omdat het Nederlandse meisjes aanstoot zou geven tot verkeerd gedrag. Begin 1943 vestigt Kid Dynamite zich weer in de hoofdstad. Hij treedt er in het huwelijk met Bep Overweg die twee zoons van hem baart: Franklin (vernoemd naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt) en Herman.

Kid Dynamite 27Tot 1944 speelde Kid vaak met Mike Hidalgo of met Teddy Cotton in het Wagenwiel en in Liberty op de Nieuwendijk in Amsterdam. Dat het orkest van Hidalgo als enige Surinaamse jazzband rustig kon spelen in het frequent door Duitse militairen bezochte Wagenwiel hield verband met Hidalgo’s hulp aan de ‘Sicherheitsdienst’ bij het opsporen van publieke vrouwen die aan geslachtsziekten leden en omgang hadden met leden van de Weermacht.
Tijdens de bezettingstijd hield Kid zich op de vlakte en kende daardoor nauwelijks in problemen met de Nederlandse en Duitse autoriteiten. In tegenstelling tot hun joodse collega’s overleefden Surinaamse musici als Kid de oorlog zonder al teveel kleerscheuren. Mike Hidalgo vertrok na de oorlog naar Argentinië en keerde nooit meer terug naar Nederland. Hidalgo overleed in 1981 in New York.

Na de oorlog speelde Kid Dynamite met zijn orkest in de Canadian Officers club in het Lido in Amsterdam. De band bestond verder uit Max Pohla (piano), Jules Zeegelaar (bas), Lou Holtuin (drums) en zangeres Ann Margareth Sterman. Het gezelschap treedt ook op voor de Canadese soldaten in Apeldoorn.

In 1946 voegt Kid zich bij het dansorkest The Grasshoppers van Cor ‘Perez’ van Peperzeel en speelt onder meer met de bekende pianist en arrangeur Boy Edgar, zangeres Melly Sudy en trompettist Ado Broodboom. De muziek wordt vanaf bladmuziek gespeeld waardoor er voor Kid nauwelijks ruimte is voor improvisaties.

The Grasshoppers toeren vanaf december 1946 tot en met maart 1947 in Zwitserland en in Spanje. Na deze tournee verlaat Kid The Grasshoppers en richt hij zijn eigen band op: Kid Dynamite and his Jungle Rhythms. Onder die naam werkt hij vanaf december 1947 tot en met maart 1948 in Copacabana aan het Thorbeckeplein in Amsterdam. De groep bestaat uit trompettist Ado Broodboom, pianist Herman de Greef, bassist Jules Zeegelaar en drummer Lou Holtuin.
Kid Dynamite 21
Vanaf 1949 wordt Kid de vaste speler van Casablanca op de Amsterdamse Zeedijk. Tussendoor treedt hij ook op in de Rotterdamse dancing L’Ambassadeur (januari 1949) en in het Deense Aalborg (april 1949), met onder meer Teddy Cotton en Walther Rens, en in Dancing Tabaris in Den Haag dat in september 1949 wordt geopend. Maar telkens keert hij terug naar Casablanca dat in datzelfde jaar in Elseviers Weekblad is omschreven als ‘Mekka der liefhebbers’ met ‘veruit de beste jazzmuziek van alle Benelux-landen’. Casablanca was dé naoorlogse pleisterplaats van vele in Duitsland gelegerde Amerikaanse verlofgangers.
Op 22 maart 1952 speel Kid Dynamite met The Black and White Stars in het Concertgebouw van Amsterdam. Daarna vindt een nachtconcert plaats van de Amerikaanse trompettist Dizzy Gillespie. Aan het slot vindt een jamsessie plaats waarbij ook Kid Dynamite het podium betreedt en samenspeelt met pianiste Pia Beck en Dizzy Gillespie.

Kid Dynamite speelt in 1954 regelmatig met de Bonanza Boys, de huisband van de in 1953 geopende Rotterdamse bar La Bonanza van Lou Hidalgo. Kid’s optredens op de woensdagavonden resulteren in een optreden in ‘Radioskoop’, een destijds populair radioprogramma van de AVRO. Daarvan zijn opnamen bewaard gebleven waarop de stem van Dynamite te horen is als hij een Winti-dans aankondigt.

Het geloof in Winti, een traditionele Afro-Surinaamse religie, heeft Kid meegekregen van zijn grootmoeder en komt ook tot uitdrukking in zijn spel. ‘De combinatie van zijn sterk ritmische spel en de ongecompliceerde Surinaamse thema’s maakte hem in dat genre tot op heden ongeëvenaard,’ schrijft biograaf Herman Oppeneer in ‘Kid Dynamite. De Legende leeft’ uit 1995. Oppeneer vervolgt: ‘Zijn met winti doordrenkte vertolkingen waren in de meeste gevallen superieur aan zijn beste pogingen om Coleman Hawkins, Illinois Jacquet of Sonny Rollins naar de kroon te steken.’

In de jaren vijftig wordt Kid Dynamite enkele keren uitgenodigd om als gastsolist et de Skymasters op te treden bij het radioprogramma Tip Top Taptoe. Kid maakte daarnaast enkele plaatopnamen voor het label Telefunken, zoals een versie van The Banana Boat Song van Harry Belafonte.

Begin jaren zestig dient de Rock ‘n’ roll zich aan als muziekstroming en wordt jazz minder populair. Kid speelt in die periode vooral Zuid-Amerikaans repertoire in Casablanca, in de Cotton Club en in de in 1961 heropende La Bonanza in Rotterdam. In 1963 toert Kid in Duitsland met een orkest van Rico Fernando, een artiestennaam van Frits Blijd. Op 7 december 1963 nemen Kid Dynamite en Frits Blijd een taxi die tijdens de rit in het plaatsje Buchholz, vlakbij Hamburg, betrokken raakt bij een ongeluk. Blijd komt met de schrik vrij maar Kid overlijdt op 14 december 1963 aan zijn verwondingen.

Na zijn dood ging het gerucht dat Kid zou zijn gestikt in het mondstuk van zijn Conn-tenorsaxofoon dat hij tijdens de fatale taxi-rot in zijn mond zou hebben gehad. Kid’s biograaf Herman Oppeneer tekende het volgende op uit de mond van trompettist Ado Broodboom die regelmatig met Kid samenspeelde: ‘Kid had een obsessie voor zijn mondstuk. Hij zat er altijd en eeuwig aan te vijlen. Soms was de afstand tussen riet en metaal zo groot geworden dat de koperslager er een nieuw stukje koper in moest zetten, en dan kon het vijlen weer opnieuw beginnen. Ik weet nog dat de bekende Amerikaanse jazzmusicus Stan Getz op een keer de sax van Kid greep en naar zijn mond zette. Er kwam geen noot uit, hij gaf alleen maar lucht. Het was een soort snoekbek [om in Winti-termen te spreken: een slangenbek], maar Kid had de kracht er toch muziek mee te maken. Dat hij in die auto het mondstuk in zijn mond had, is dus helemaal niet onwaarschijnlijk.’

Met dank aan Herman Oppeneer en het Nederlands Jazz Archief